Kansenongelijkheid

Het geboortemaandeffect

Ieder mens is uniek maar in de basis hebben wij meer overeenkomsten dan dat wij van elkaar verschillen.

Er is 1 specifieke vaardigheid die ons allemaal met elkaar verbindt: de vaardigheid van het doorzettingsvermogen. Deze vaardigheid begint al bij de oorsprong van het leven, de voortplanting. Een vrouwelijke eicel en een mannelijke spermatozoïde die zich samen “ontwikkelen” tot conceptie is terug te brengen tot dit doorzettingsvermogen. Doorzettingsvermogen zit letterlijk in ons DNA en dit vermogen gebruiken wij al voordat wij geboren worden.

Een mooi voorbeeld van doorzettingsvermogen is het kind dat (nog) niet kan staan of lopen, het kind oefent net zo lang met vallen en weer opstaan tot het moment daadwerkelijk daar is en het op een dag gewoon lukt.  Het leren lopen kun je niet afdwingen, het ontstaat vanuit doorzettingsvermogen van het kind zelf en kan slechts worden ondersteund door de omgeving. Vanuit mijn eigen ervaring (moeder van een tweeling) heb ik kunnen zien dat het moment waarop dat gebeurt enorm kan verschillen. Het ene kind vond het kruipen een tijdlang een zeer goede manier om zich voort te bewegen, de ander heeft deze fase vrij vlot achter zich gelaten en begon al heel vroeg met zelfstandig staan en lopen door zich vasthouden aan dingen.

Waarom wordt dit gegeven ineens zo anders als kinderen de leeftijd van vier jaar bereiken?

Met vier jaar (uiterlijk vijf jaar) worden kinderen geacht op de 1e dag van de nieuwe maand te voldoen aan de leerplicht. Het vreemde is dat het  hierbij niet uitmaakt in welke maand je geboren bent? Dit lijkt onbelangrijk maar dat is het pertinent niet, in het huidige onderwijs werken we namelijk met het jaarklassensysteem. In 1971 zette Dr. Klaas Doornbos dit in zijn boek Geboortemaand en schoolsucces voor de eerste keer op grondige wijze uiteen: Een toevallige omstandigheid (de geboortemaand) blijkt in een groot aantal gevallen een beslissende invloed uit te oefenen op de gang van de leerlingen door ons schoolsysteem. Dit is iets wat indruist tegen het rechtsgevoel. Wordt het vigerende systeem niet nog dikwijls verdedigd met het argument, dat het aan eenieder die maar leren wil juist gelijke mogelijkheden tot ontplooiing biedt? Kennelijk ten onrechte.

Dit zogenoemde geboortemaandeffect wordt al vele decennia vastgesteld maar is onveranderd blijven bestaan. Een voorbeeld:  een kleuter die in mei leerplichtig wordt zal in augustus van het volgende schooljaar opnieuw in groep 1 starten, voor een kind dat langer dan een half jaar in groep 1 verblijft geld dit niet. Nu kun je denken wat is nu een half jaar op een mensenleven, maar in de cognitieve ontwikkeling van het individuele kind is een half jaar een hele grote stap. Mijn inziens is dit slechts het begin van de kansenongelijkheid binnen het onderwijs.  

Het creatief vermogen van kinderen

Dat kinderen een sterke verbeeldingskracht hebben en dit de bakermat is van creativiteit weten we allemaal. De aangeboren nieuwsgierigheid en onbevangen om de wereld te willen ontdekken is dan ook bij ieder mens in potentie 100% van nature aanwezig. Kinderen zijn bovendien (nog) in staat om iedere situatie te benaderen zonder dat zij zichzelf belasten met een oordeel over deze situatie. Zij zijn in staat om iets te willen ontdekken zonder dat hier sprake is of iets goed of fout kan zijn. “Nee en Ik wil het zelf doen” zijn dan ook woorden die veelvuldig worden gebruikt als kinderen gaan praten.

In 1968 heeft de NASA aan dr. George Land en Beth Jarman gevraagd om een creativiteitstest te ontwikkelen waarmee raketwetenschappers konden worden geselecteerd die in staat waren om nieuwe, andere en innovatieve ideeën te creëren. Deze test bleek erg effectief en waardevol te zijn voor de NASA. Vervolgens wilde deze wetenschappers weten waar dit creatief vermogen dan eigenlijk ontstaat, waarna zij deze test hebben uitgevoerd onder 1600 kinderen in de leeftijd van vier tot vijf jaar.

Uit de onderzoeksresultaten bleek dat 98% van de kinderen buitengewoon goed waren in het bedenken van nieuwe, andere en innovatieve oplossingen. De wetenschappers waren onder de indruk van deze testresultaten en besloten om het onderzoek 5 jaar later nogmaals met dezelfde kinderen uit te voeren.. Tot hun eigen verbazing bleek het eerdere percentage van 98% te zijn teruggelopen naar 30%. Nadat de kinderen op 15-jarige leeftijd nogmaals werden getest, bleek nog maar 12% in staat om nieuwe en innovatieve ideeën te bedenken. Dezelfde test uitgevoerd onder 280,000 volwassenen resulteerde in een magere 2%.

Wat in dit onderzoek naar boven komt is dat de piek van het creatief vermogen ligt tussen het 4de en 6de jaar, waarna deze snel en rigoureus afneemt! Zou dit kunnen impliceren dat het creatief vermogen verdwijnt nadat kinderen aan hun schoolloopbaan beginnen en worden belemmert door het invoeren van regels en regulatie?