Ontmoeting is de kern

Een gastblog van GertJan Kleinpaste, o.a. schoolleider en initiatiefnemer van een aantal vernieuwende scholen

Ontmoeten is de kern van goed onderwijs

Er zijn twee gezegden die mij altijd sterk gemotiveerd hebben in mijn nadenken over onderwijs. De eerste is: “It takes a whole village to raise a child”, een uitspraak die wordt toegeschreven aan Nelson Mandela. De andere is een Afrikaans gezegde: “Als je snel wilt reizen, reis dan alleen. Als je ver wilt komen, reis dan samen”. Ik reproduceer hem even uit mijn hoofd.

Onderwijs – de begeleiding van het lerende kind, de lerende jongere of jong-volwassene – is een proces waar het er altijd om gaat samen op te trekken. Het is altijd een ontmoeting, een ontmoeting die uitgaat van degene die dolgraag iets wil leren.

Onderwijs is een collectief aanbod; leren een individuele behoefte. Dat levert een groot spanningsveld op. Dat weten ouders die hun kind ongelukkig hebben zien worden in het systeem maar al te goed helaas. De keerzijde is, dat van geen enkele leerkracht te verwachten valt ieder kind in die maar al te vaak te grote klas op maat te kunnen begeleiden. Niet voor niets kraakt het onderwijs in haar voegen. Als dan je met een ‘hoger (aanvangs)salaris’ de instroom van getalenteerde nieuwe leraren wilt proberen te beïnvloeden; de kern van het probleem is niet het salaris.

Kern van het probleem is dat we de ‘ontmoeting’ niet serieus nemen. We jagen groepen leeftijdsgenootjes en masse door een leerfabriek waar ze – alsof het een verfspuiterij is – eerst in de grondverf worden gezet en dan allemaal identiek worden afgelakt. We sturen kinderen op pad met kennis en vaardigheden waarvan deskundigen op verzoek van de overheid hebben bepaald dat het relevant is. Dat aanbod is een aanbod om de maatschappij te consolideren; om kinderen zich te laten conformeren. Niet om op avontuur te gaan en om achter iedere boom een nieuwe uitdaging te zien. Waar ik vroeger als kind in het kreupelhout speelde, ligt nu een gazon met in het midden negen rubberen tegels en een wipkip.

Onderwijs is allang niet meer de ‘hofleverancier van het leren’. Leren gebeurt op tal van plekken in de uren dat een kind niet op school hoeft te zijn. De school voorziet in ‘leerplicht’; informeel leren is vaak geënt op een fenomeen dat je ‘leerrecht’ zou kunnen noemen. Leren draait om de ontmoeting. Een ontmoeting is op één plek (of in één situatie) zijn met een ander en naar die plek of situatie kijken door de ogen van de ander. Het vereist dat je jezelf weet te verplaatsen in de positie van de ander. Ik denk de laatste tijd steeds vaker terug aan de inzichten van Jean Piaget. Het mogelijk maken van die ontmoeting op verzoek van het kind ligt in handen van onderwijsgevenden.

U zult mij geen kwaad woord horen zeggen over de betrokkenheid, werklust en professionaliteit van het leeuwendeel van al die hardwerkende leraren die zich – dag in, dag uit – uit bed hijsen om naar school te gaan. Niet de school, maar het kind zou echter hun reisdoel moeten zijn. Niet het lesboek, maar de leervraag van het kind zou in hun tas moeten zitten. Niet de begroeting, maar de ontmoeting zou de start moeten zijn van het avontuur dat leren zo buitengewoon spannend maakt.

De reis die wij met elkaar maken eindigt niet in een school; ze begint er evenmin. De reis die wij maken eindigt in een mooi en zonnig ‘Afrikaans dorp’; een ‘kraal’ waar in ieder hutje een volwassene zit die uit is op de ontmoeting met een jongere die hem de oren van het hoofd vraagt en die dolgraag iets wil leren in de prachtige ontmoeting die daar plaatsvindt. De reis begint vanuit het kind dat nieuwsgierig is naar de wereld.